Affordable Access

De reactie van melkveehouders op zand- en lössgrond op veranderingen in de voorschriften met betrekking tot graslandvernieuwing

Authors
  • Aarts, H.F.M.
  • Velthof, G.L.
Publication Date
Jan 01, 2006
Source
Wageningen University and Researchcenter Publications
Keywords
Language
Dutch
License
Unknown
External links

Abstract

In juli 2004 heeft Nederland overeenstemming bereikt met de Europese Commissie over het Derde Nederlandse Actieprogramma (2004-2009). Op zand- en lössgrond mag vanaf 2006 de graszode alleen tussen 1 februari en 10 mei worden vernietigd. Dat houdt in dat het niet langer mogelijk is in de nazomer `blijvend¿ grasland te vernieuwen. Bovendien wordt bodembemonstering verplicht en moet de bemesting van het nieuwe grasland of van akkerbouwgewassen op de analyseresultaten worden afgestemd. Om de effecten van de veranderingen in de wetgeving voor de Nederlandse melkveehouderij te verkennen is aan vijf deelnemers aan Koeien & Kansen gevraagd aan te geven hoe ze met de nieuwe regels denken om te gaan. De bedrijven scheuren jaarlijks 10-20% van het grasland. Allemaal hebben ze het grootste deel van hun grasland in wisselbouw met vooral (eigen) maïs of (andermans) aardappelen. De lengte van de grasperiode ligt in de regel niet strikt vast. Als men maïs op gescheurd grasland teelt, wordt vaak eerst een snede gras geoogst. Sommige veehouders bemesten het volggewas, anderen doen dat niet omdat ze vinden dat de verterende graszode voldoende voedingsstoffen levert. Inzaai van gras op bouwland vindt plaats in de herfst, in de regel direct na de maïsoogst. Bij wisselbouw is er weinig reden tot veranderen. Door de 70% eis voor het aandeel grasland in het areaal cultuurgrond van derogatiebedrijven wordt de grasfase op een aantal bedrijven langer of de bouwlandfase korter. Bij de teelt van maïs na gras kan de uiterste scheurdatum van 10 mei lastig zijn, omdat in een koud voorjaar dan nog geen maaisnede gewonnen kan worden. Het grasland blijft dan nog een jaar liggen of het gras wordt beweid. De verplichte bodembemonstering na scheuren is vaak niet zinnig, omdat men toch niet op bemesting kan corrigeren: de volgteelt wordt niet bemest of de bemesting heeft al plaats gevonden voor het scheuren van het grasland. Herinzaai van blijvend grasland is minder aantrekkelijk als dat in het voorjaar moet gebeuren. Men is niet zozeer bang voor mislukken van de inzaai door droogte of hitte, maar denkt dat de kweekbestrijding minder effectief is en dat de opbrengst en kwaliteit van het nieuwe gewas in het eerste jaar lager zullen zijn. Men zal proberen door beter graslandmanagement (waaronder een meer kritische houding bij de kwaliteit van loonwerk) de behoefte aan herinzaai te beperken. De nieuwe wetgeving maakt het moeilijker in te spelen op de actuele situatie. Dat kan ten koste gaan van het financieel en milieukundig bedrijfsresultaat. Overwogen moet worden om bedrijven vrij te stellen van de beperkende regels, indien jaarlijks slechts een beperkt areaal grasland wordt gescheurd, bijvoorbeeld minder dan 10%

Report this publication

Statistics

Seen <100 times