Affordable Access

Download Read

De burgemeester als regisseur van het lokaal veiligheidsbeleid. Een beleidsoptie aan de praktijk getoetst

Authors
Publisher
BaMV/EMV

Abstract

De veiligheidszorg in België heeft de laatste jaren heel wat evoluties gekend. De belangrijkste verandering is waarschijnlijk dat veiligheid niet meer het monopolie van politie en justitie is. Als men de veiligheid en leefbaarheid wil bevorderen, moeten verschillende actoren op diverse domeinen actie ondernemen. Men spreekt nu van integrale veiligheid, van de veiligheidsketen, van samenwerking en netwerken. Integrale veiligheid veronderstelt samenwerking tussen heel wat verschillende 'stakeholders'. In het integrale veiligheidsverhaal is het niet meer de politie die het voortouw neemt, maar het lokaal bestuur. De burgemeester is "het best geplaatst om de regie op te nemen in de ontwikkeling en implementatie van een lokaal integraal veiligheidsbeleid". Het lijkt inderdaad logisch dat de burgemeester de samenwerking regisseert. Ten eerste is het verzekeren van de veiligheid een van de kernopdrachten van een burgemeester en ten tweede heeft de burgemeester op verschillende beleidsdomeinen een grote invloed. Als we even stilstaan bij de 'nieuwe rol' die de burgemeester krijgt toebedeeld in het lokaal veiligheidsbeleid, dringen zich al snel enkele vragen en bedenkingen op. Regisseren blijkt in de praktijk niet evident te zijn. Het vraagt een aantal specifieke competenties en heel wat know-how van de regisseur. Alhoewel de burgemeester de enige niet professionele actor is, is het wel die burgemeester die de eindverantwoordelijkheid draagt. We willen in de bachelorproef aan de hand van een aantal kwalitatieve interviews met de burgemeester van Kortrijk, Sint-Truiden en Brugge nagaan hoe zij de regierol in de praktijk brengen en hoe zij dit ervaren Dit kan leiden tot een aantal 'good practices' die kunnen dienen als voorbeeld, maar er kunnen ook enkele pijn- en discussiepunten worden bloot gelegd. De bachelorproef bestaat uit drie delen. In een eerste theoretisch deel worden de evoluties in het veiligheidsbeleid geschetst, wordt stilgestaan bij de nieuwe rol van de burgemeester en worden begrippen als regie en integrale veiligheid geconceptualiseerd. In een tweede praktisch deel wordt de informatie, verkregen uit drie kwalitatieve interviews met burgemeesters, verwerkt. We trachten ons te houden aan de structuur van het theoretisch deel. In het derde en laatste deel volgen de conclusies en discussies. Uit de interviews bleek dat burgemeesters (zelfs al is veiligheid hun dada) het niet makkelijk vinden om de begrippen integrale veiligheid en regie te conceptualiseren. Dit wil dan ook zeggen dat zij die concepten anders invullen in de praktijk. In Sint-Truiden zegt men vooral de subjectieve onveiligheid te willen bestrijden. Onder subjectieve veiligheid verstaat men hoofdzakelijk overlast zoals hondenpoep, onverzorgde parken, zwerfvuil, overhangende takken, enz.) De groendienst en de technische dienst zijn dan ook belangrijke actoren in het integrale veiligheidsverhaal in Sint-Truiden. Het is de politie die de voortrekker is van de samenwerking. De samenwerking en de regie verlopen er ook zeer organisch en op een informele manier. In Kortrijk wil men via het voeren van een integraal veiligheidsbeleid vooral bepaalde wijken opwaarderen. Er worden zeer veel diverse actoren betrokken en er zijn formele structuren die de samenwerking vorm geeft. Het is zeer duidelijk de burgemeester die de lijnen uitstippelt en het beleid vorm geeft. De invulling van het veiligheidsbeleid zal zeer afhankelijk zijn van de betrokken personen en de specifieke context van de stad of gemeente. Burgemeesters vragen duidelijk om meer ondersteuning. Enerzijds met de hogere overheid het kader scheppen om een lokaal integraal veiligheidsbeleid waar te kunnen maken anderzijds is er een duidelijke vraag naar de VVSG toe om te ondersteunen aan de hand van 'good practices'. Wetgeving in verband met huisjesmelkerij, vreemdelingen en drugs moet dringend herwerkt worden volgens de burgemeesters. De burgemeesters waren zeer positief over het regisseren van een lokaal integraal veiligheidsbeleid. Toch zouden bestuurders moeten opletten voor die verhoogde focus voor veiligheid. Enerzijds kan men door deze insteek de angst (of subjectieve onveiligheid) net verhogen, maar er rijzen ook een aantal fundamentele vragen. Het lijkt ons een zeer negatieve oriëntering om armoede en samenlevingsproblemen aan te pakken vanuit het veiligheidsperspectief. Wij denken dat het streven naar een democratische en rechtvaardige samenleving de focus verdient. Dit is voor ons een fundamenteel aandachtpunt bij het uitvoeren van een integraal veiligheidsbeleid. Daarom zijn wij voorstander om de preventiepiramide te hanteren bij het uitstippelen van een lokaal veiligheidsbeleid. Het helpt veiligheid in een ruimere maatschappelijke context te zien. Het kan meehelpen om niet enkel te focussen op het voorkomen van overlast door bepaalde "risicogroepen" , maar het herinnert beleidsmakers eraan dat de basis voor een veilige en leefbare maatschappij, sociale rechtvaardigheid is. Of anders gezegd, dit model behoedt beleidsmakers ervoor enkel aan symptoombestrijding te doen maar ook de dieperliggende oorzaken aan te pakken. In dit kader vinden we het ook belangrijk dat actoren voldoende bewegingsruimte krijgen om op hun manier te kunnen werken. (zoals dat in Kortrijk gebeurt) Als de regisseur de actoren tot een verstikkende consensus zou dwingen dan belanden we in een problematische situatie. Wij zijn dan ook voorstander van het conflictmodel.

There are no comments yet on this publication. Be the first to share your thoughts.